2e UPDATE: ABP-voorzitter somberder over korting in 2013
(Tweede update van eerder gepubliceerd bericht 'ABP dekkingsgraad eind april gedaald naar 94%', om informatie toe te voegen.)
Door Archie van Riemsdijk
Van DOW JONES NIEUWSDIENST
AMSTERDAM (Dow Jones)--Het ABP is somberder dan enkele maanden geleden over de kans dat er in 2013 daadwerkelijk 0,5% gekort zal moeten worden op de pensioenuitkeringen, zegt voorzitter Henk Brouwer van het pensioenfonds woensdag.
De dekkingsgraad zal in de resterende maanden van dit jaar flink moeten aantrekken, om een verlaging van de pensioenuitkeringen te vermijden, stelt het fonds woensdag in een toelichting op het jaarverslag.
De dekkingsgraad van het pensioenfonds was eind april gedaald tot 94%, van 95% een maand eerder, en is daarmee weer terug op het niveau van eind 2011. De dekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen de bezittingen tegenover huidige en toekomstige verplichtingen naar aangesloten leden van het fonds.
Als de dekkingsgraad aan het einde van het jaar zich niet heeft hersteld tot iets meer dan 104%, dan zullen de pensioenuitkeringen vanaf april 2013 worden verlaagd met 0,5%. Het ABP kondigde de mogelijke korting aan in februari van dit jaar, samen met een tijdelijke verhoging van de opslag op de pensioenpremies naar 3%, van 1%, per 1 april 2012.
De bestuurders van het pensioenfonds wilden niet ingaan op de kans dat er volgend jaar ook een verdere korting in 2014 moet worden aangekondigd.
Het pensioenfonds vergrootte de waarde van zijn beleggingen in de eerste vier maanden van het jaar met EUR14 miljard tot EUR260 miljard. Omdat de rente waarover de verplichtingen moeten worden berekend, verder daalde, stegen de verplichtingen echter bijna net zo snel, met EUR12 miljard tot EUR275 miljard.
Het ABP heeft het risico van een verdere daling van de rente voor circa 25% afgedekt, wat minder is dan bij sommige andere pensioenfondsen. Het pensioenfonds kiest ervoor het renterisico niet verder af te dekken, omdat het uitgaat van een toekomstige stijging van de rente. 'De kans dat de rente op de lange termijn zal stijgen, wordt hoger geacht dan de kans op een verdere daling', aldus het jaarverslag.
"We hebben hier in het verleden voor gekozen, omdat we groot zijn en dit risico kunnen dragen", zegt vice-voorzitter Xander den Uyl van het ABP in een toelichting. "Als we de rente nu veel zouden afdekken op een laag niveau, zouden we veel opwaarts potentieel weggeven."
Bovendien is dat erg duur in de huidige markt, zegt Den Uyl, en zou het zeker een jaar of anderhalf kosten om de afdekking op verantwoorde wijze te verhogen naar 50% van de huidige 25%. "Dat is niet zo eenvoudig. Die markt is er gewoon niet."
Het pensioenfonds zou graag zien dat de regelgeving voor de berekening van de dekkingsgraad verder wordt aangepast, zodat deze minder volatiel wordt. Dat kan bijvoorbeeld door voor de rekenrente een jaargemiddelde van de lange rente te hanteren. Sinds dit jaar mogen verzekeraars en pensioenfondsen van toezichthouder De Nederlandsche Bank al een driemaandsgemiddelde hanteren, in plaats van een meer volatiele 'dagkoers' van de lange rente op de verslagdatum.
In plaats van een hogere afdekking van het renterisico, heeft het ABP naar aanleiding van de Europese schuldencrisis meer ruimte gecreeerd voor verschuivingen in de portefeuille met staatsobligaties, van minder veilige naar veiliger landen.
Het ABP behaalde in de eerste vier maanden een goed rendement uit het beleggingsbeleid op het gebied van obligaties, stelt het bedrijf woensdag. "Het heeft ons geen windeieren gelegd", aldus Den Uyl.
Het pensioenfonds verminderde in 2011 onder andere zijn zware weging in Italiaanse staatsobligaties, terwijl de relatieve weging van Spanje steeg.
Beide landen, waarvan de kredietwaardigheid door de markt wordt betwijfeld gezien de oplopende rendementen op hun leningen, zijn overigens onderwogen in de portefeuille ten opzichte van hun marktomvang, stelt het ABP.
Op een totale portefeuille van vastrentende waarden van EUR102 miljard, had het pensioenfonds eind vorig jaar EUR7,7 miljard (7,5%) geinvesteerd in Italiaanse staatsleningen, tegen 10,3 miljard (10%) een jaar eerder.
Het Zuid-Europese land droeg daarmee de tweede plaats over aan Duitse staatsleningen, waarvan de weging toenam naar 9,7% van 8%. Frankrijk behield met een stijging naar 13,2% van 12% ruim de zwaarste weging in de portefeuille.
Spanje steeg naar de zesde plek met EUR2,3 miljard of 2,3%. Het geplaagde land bleef daarmee echter ruim achter bij de wegingen van de Amerikaanse hypothekenreus Fannie Mae (gedaald naar 6% van 7,9%) en Nederlandse staatsleningen (gestegen naar 5,6% van 4,6%).
Het pensioenfonds gaf ook nog een actueel cijfer voor de blootstelling aan Griekse staatsleningen. Die was per eind april teruggebracht tot EUR5,6 miljoen, zei een ABP-woordvoerder, wat op een totaal van EUR102 miljard verwaarloosbaar is.
Door Archie van Riemsdijk; Dow Jones Nieuwsdienst, +31-20-5715200 ;
amsterdam@dowjones.com